Nieuwste woordjes

Om dan even een updateje te geven, het derde woord wat onze allerkleinste boef dan wel wilde zeggen was Buzz (van Buzz Lightyear), en zelfs Buzz Lightyear was er met veel fantasie te horen : beuuuu jjaijjaaaiii. En ook Barbapapa is grote favoriet en wordt met veel enthousiasme gezegd : Baa-baa-ba, waarop ook Inès en Mathis Barbapapa tot Baabaaba hebben gedoopt. Mama zegt m’n kleine schat inmiddels ook wel, maar vooral als hij moe is, als hij iets wil hebben, als hij het zat is en rondgedragen wil worden (vooral niet gaan zitten mama), kortom, mama is er enkel voor het comfort.

Over papas, poezen en eeuwig slaaptekort

Ofwel, het is maar waar je voorkeuren liggen.

14 maanden en 5 dagen is hij nu, dan zou je toch verwachten dat er al wat duidelijk gebrabbel uit de mond zou komen.

Vooral omdat grote zus na de 12 maanden controle bij de kinderarts al vrolijk oo-wewaar zwaaide. Je mag niet vergelijken zegt “men” dan, maar toch. En het is waar, grote broer zei met 14 maanden en 5 dagen ook nog niet veel, maar die liep dan al weer wel als een kievit, in tegenstelling tot grote zus, die daar dan weer een paar maanden mee wachtte.

Maar kleinste broer heeft nog totaal geen zin in lopen, vindt het al genoeg dat hij kan staan en z’n box rond kan gaan, en heeft ook totaal geen zin om iets verstaanbaars te zeggen. Nee, dat is dan ook weer niet helemaal waar, hij zegt al een tijdje 2 woorden (behalve dan daboe, dat niks wil zeggen maar hij wel heel grappig vindt):
Papa
en
Isis

Tja, misschien is het voor hem een kwestie van prioriteiten stellen, maar wie staat er ieder nacht minsten drie, vier keer op om kleinste broer weer rustig te krijgen (en op het moment is dat echt geen kwestie van even aai over de bol en weer slapen, maar eerder veel opstandig gedrag en niks anders willen dan huilen en gillen en boos zijn en niet willen slapen), papa niet in ieder geval, en de poes al evenmin. Mama wel, iedere nacht weer, alsof zij met heel veel minder slaap kan doen dan papa en de poes. Is het dan echt teveel gevraagd om een lief mama terug te krijgen. Dat zou m’n slaaptekort tenminste ietwat compenseren.

Haka

Na een maand vol van rugby weekenden, volgens franse-kant-van-de-familie-traditie-van-rugbyfans, om uiteindelijk met grote teleurstelling de Fransen alsnog onder te zien gaan tegen de All Blacks in een ietwat saaie finale, maar ondertussen wel genoten van de hakas, heeft Julien inmiddels ook z’n eigen haka ontwikkelt.

Dan doet hij van “Waaaarrrghhhh” en steekt vervolgens z’n tong uit (en ligt vervolgens helemaal dubbel van z’n eigen pret).

 

Na het logeren

En wat krijg ik te horen de dag na het logeren, als ik eindelijk m’n kleine meid weer zie, als ik eindelijk de dag heb doorgeworsteld met dat gevoel van iets gemist hebben bij het ontbijt ‘s morgens, dat lege gevoel wat ik in het hele huis, in m’n hele lijf voelde ? Als ik doodgelukkig ben en m’n kleine meid een kus geef, en vraag of ze me niet een klein beetje gemist heeft, wat krijg ik dan te horen : “Nee.”

Nee ??? Oh hoe wreder kan kinderlijke eerlijkheid zijn, nog geen gevoel voor de waarheid een beetje mooier maken dan zij is, nog geen rekening houdend met de gevoelens van gevoelige mamas. Ze had me niet gemist want de andere mama was er, zo simpel was dat.

Maar ’s avonds wilde m’n kleine meid toch wat meer knuffelen dan anders, misschien had ze me toch ook wel een klein beetje gemist dan ?

Logeren

M’n kleine grote meid gaat vandaag voor het eerst bij een vriendinnetje logeren, zomaar, voor de gezelligheid. Jaja, ik weet het, ze is al 6, het zou dus eens tijd worden, en ze heeft er enorm veel zin in. Maar wie heeft het er moeilijk mee ? Juist ja, ik dus !

Het lijkt nog niet zo lang geleden dat m’n kleine grote meid voorstelde om bij haar vriendinnetje te gaan slapen, maar dan moest wel haar bed mee, en ik ook. Uit praktische redenen is het er dus nooit van gekomen. Nu heeft ze haar bed niet meer nodig, wel voor de zekerheid een knuffel mee, en mag ik ook thuisblijven. Vanmorgen heb ik haar extra stevig geknuffeld, nog een extra kus gegeven. M’n kleine grote meid helpt haar mama het loslaten te leren, dat wel, maar ik vind het toch echt een eeuwigheid lijken tot ik haar weer zie, morgenavond, na school *zucht*

Al goed dat  ik haar 2 kleine(re) broers nog wel lekker dicht bij me heb vannacht. Slechts eentje tegelijk loslaten, het is allemaal nog wennen voor me, dat groter wordend grut.

Franserlands

Mathis spreekt steeds beter nederlands, zoals vanmorgen weer blijkt toen hij besloot sokken aan te doen en niet met z’n blote voeten z’n nikes aandeed :

parce que je n’ai pas envie qu’ils stinke, mes voet

Ja ja, Mathis wordt sinds een vier-tal weken ook een halve dag per week ondergedompeld in een nederlandse kleuterklas, en dat werkt duidelijk z’n vruchten af. Over vruchten gesproken, dit is een van de liedjes die ze daar op het moment zingen:

Voor Julien

Lichtblauw, is mijn wereld
Vanaf de dag, dat jij er was
Eindeloos in mijn armen
Samen in, in het gras
Alles is vergeten, maak plaats voor jou en mij
Nooit heb ik geweten
Dat wat ik zocht ben jij,

Als je slaapt en ik heel even niet met jou kan zijn
Zo volmaakt, zo veel geluk en toch nog maar zo klein
Als je slaapt, als onze liefde even rusten mag
Zie je niet dat ik de hele tijd al naar je lach
En ik kijk naar jou met heel mijn hart
Als je slaapt

Jij blijft naar mij kijken, verliest mij niet
niet uit het oog
Telkens weer zo onzeker
Maar je ogen, ze blijven droog
Jouw hartslag klinkt als muziek in mijn oren
Moeder merel zingt
Omdat jij bent geboren

Als je slaapt en ik heel even niet met jou kan zijn
Zo volmaakt, zoveel geluk en toch nog maar zo klein
Als je slaapt, als onze liefde even rusten mag
Zie je niet dat ik de hele tijd al naar je lach

En ik kijk naar jou, met heel mijn hart
Van geluk kan ik al leven
Dus neem deze glimlach
Die ik jou zo graag .. wil geven
En ik hou van jou, met heel mijn hart

Glennis Grace – Als je slaapt

Feestvarkens

Grijze haren krijg ik ervan

Van Mathis dus, van wie anders.

Eerst, een paar weken geleden toen we op bezoek waren bij m’n nichtje. Inès en Mathis waren boven aan het spelen met de 2 nichtjes. Ik zit in de woonkamer, met zicht op een glazen deur naar de gang met daarin de trap. Opeens, een grote klap en zie ik Mathis, die natuurlijk sneller de trap afwilde dan de meisjes om vooral als eerste beneden te zijn, een aantal flinke buitelingen maken en uiteindelijk op z’n rug, hoofd naar beneden, de laatste treden afglijdt. Een stuntman had het niet beter kunnen doen om spectaculair van de trap te vallen. En ik zie het dus voor me gebeuren (en zie het nog steeds gebeuren), geef een enorme harde gil en heb allerlei visioen van gebroken ledematen, hersenletsel, gebroken nekwervels of erger.  Hij was wel als eerste beneden, dat wel. Gelukkig viel het heel heel erg mee en had Mathis alleen een schaafwondje onder z’n kin, maar ik heb daarna nog wel heel lang zitten natrillen. En hoewel Mathis wel wat geschrokken was, stond hij na 5 minuten alweer halverwege de trap want hij wilde weer naar boven.

En een paar grijze haren erbij.

En gisterenavond waren Inès en Mathis in de tuin aan het spelen, Inès in een heksenkostuum en Mathis verkleed als een Halloweenpompoen. Ze weten dat ze niet buiten het hek mogen want voor het huis ligt een drukke doorgaande weg waar maar weinig autos de maximumsnelheid respecteren en als idioten voorbij razen. Ik was in de keuken eten aan het maken en hoorde buiten een aantal autos wat toeteren, maar maakte er verder niet veel van. Denk, ik ga toch maar eens kijken en zie Inès aan de rand van de weg staan, dus ik roep haar boos terug. Zegt ze, Mathis staat op de stoep (die aan de overkant van de weg is). Mathis hoort dat natuurlijk, en rent, verkleed als pompoen, snel de weg over terug de tuin in, zonder te kijken natuurlijk, net als hij de eerste keer gedaan zal hebben. Nu snap ik dus waarom die autos iets eerder zo aan het toeteren waren, om een overstekende wilde pompoen te ontwijken, die nog geen kaas heeft gegeten van eerst naar rechts, dan naar links, en weer naar rechts kijken. Gelukkig was het gisteren een vrije dag in Geneve, en dus weinig naar huis kerend werkverkeer, en kwam er op dat moment even net geen auto langs.

Ik weet niet hoe lang dat engeltje op Mathis z’n schouder blijft zitten, ik kan alleen maar hopen dat het nog heel lang bij hem wil blijven, want op zo’n manier gaat hij de pubertijd niet eens halen, ga ik al heel snel helemaal wit zijn en aan een nieuw hart toe zijn.

Hoezo trots

Kijk nu toch eens hoe trots m’n kleine mannetje is :

Ja, hij staat, zomaar, opeens, en nu doet hij natuurlijk niet anders meer. Overal, de hele dag door, niet alleen in de box, maar ook op schoot, op de bank, zelfs in z’n bed met slaapzak aan heeft hij geen tijd om te slapen, het enige wat hem nu nog interesseert is STAAN.

Julien is er duidelijk eentje die geen onnodige energie verspilt. Hij wacht geduldig tot het juiste moment, in dit geval tot hij iets kan, en “slaat dan toe”. Zo kon hij zo’n drie weken geleden van de een op de andere dag zelf gaan zitten – en nog belangrijker : blijven zitten, en kroop hij dezelfde dag opeens de hele kamer door.

Heel anders dan z’n grote broer dus, bij wie de goede feeen bij zijn geboorte verstrooid moeten zijn geweest en het geduld zijn vergeten. Hoe anders zou het zijn geweest, als hij vanaf dag 1 ietsje minder gehaast was geweest, als hij zich  al die uren van vruchteloos proberen en bijbehorende frustraties van niet lukken had bespaard, als hij hetzelfde geduld had gehad als z’n kleine broer nu, en gewoon had gewacht, gewacht tot het moment daar is. Dan zou ik nu zonder enige twijfel een stuk minder doof  zijn, had hij vanaf dag 1 een ietsje minder volume had gemaakt, als hij een ietsje minder gefrustreerd was geweest.

En dat doet me denken hoe ik een paar dagen geleden nog het object van puur leedvermaak was. Toen m’n eigen ouders herinneringen ophaalden, hoe vaak ze zich zo’n 40 jaar geleden steeds weer tegen elkaar zeiden dat ze hun eigen dochter later net zo’n kind toewensten, gewoon, uit puur  leedvermaak, en het nu wel heel komisch vinden hoe hun kleinzoon, mijn eigen kleine wervelwind dus,  op z’n moeder, ik dus, lijk. Z’n felle blik, z’n frustraties, z’n fratsen, zodra ze Mathis zien, beweren ze mij als klein meisje te zien.

Op wie Julien dan lijkt met z’n engelengeduld zijn we nog niet uit, want ook z’n vader was niet het meest kalme peutertje dat je je kon wensen. Maar ach, dat maakt ook niets uit, zie toch eens hoe trots hij is!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.